Spaties: wanneer wel, wanneer niet?

Gepubliceerd op 5 November 2019

De een kan het weinig schelen, de ander valt erover: te veel spaties of juist te weinig. In het Nederlands schrijven we veel woorden aan elkaar. Maar niet altijd. En soms verandert de betekenis als je een spatie vergeet of toevoegt. Daarom even de belangrijkste regeltjes op een rij. Want als je als freelancer een mailtje naar een opdrachtgever schrijft, wil je daar natuurlijk liever geen foutjes in.

Aan elkaar schrijven of niet

In principe schrijf je samenstellingen, dus woorden die je maakt van meerdere woorden, aan elkaar. Freelance en journalist wordt freelancejournalist. Maar soms bepaalt de spatie de betekenis van een woord. Kijk maar naar het verschil tussen zilverenmedaillewinnaar en zilveren medaillewinnaar. Met het eerste woord bedoel je de winnaar van een zilveren medaille, bij het tweede woord is die winnaar van zilver gemaakt.

En hoe zit het met getallen?

Getallen schrijf je in principe zowel mogelijk aan elkaar. Alleen na duizend en rondom miljoen en miljard komt een spatie. Dus: ‘Hij verdiende niet zesduizend, maar acht miljoen dollar per jaar.’ Om onmogelijk lange uitgeschreven getallen te vermijden, schrijven we getallen tot twintig in principe uit. Daarboven geven we getallen meestal weer in cijfers. Dus niet drieëntwintig, maar 23. 

Werkwoorden in vaste combinatie

Ook vaste combinaties van een werkwoord en een voorzetsel als om, over, binnen en open schrijf je vaak aan elkaar. Bijvoorbeeld openzetten, binnenkomen en neerhalen. Maar let op: open zijn, open kunnen en open mogen schrijf je juist los. Er zijn nogal wat uitzonderingen, dus check bij twijfel de juiste spelling in een (online) woordenboek. Dat geldt natuurlijk voor elk ander woord waarover je twijfelt. Want al ben ik als freelance copywriter elke dag met taal bezig, ook ik moet af en toe iets opzoeken.

Ervanuitgaan, ervan uitgaan of misschien er van uit gaan?

Ook een lastige! Weet jij het? Het is: ‘Ik ga ervan uit dat hij me mailt.’ Bijwoorden met er, hier, daar of waar schrijf je in principe aan het voorzetsel (erheen etc). Maar als het bij een werkwoord hoort, plak je het vaak vast. Bij ervan uitgaan, hoort uit bij gaan. Daarom schrijf je het los, dus ‘ik ga ervan uit’. 

Achteraan of achter aan

Veel mensen vinden het lastig om te bepalen of je woorden als achterop, vlakbij en achterin aan elkaar of los schrijft. Als het voorzetsel staat voor het woord waar het op slaat, schrijf je het los van elkaar. Anders schrijf je het aan elkaar. Het volgende voorbeeld maakt dit duidelijk. ‘We staan vlak bij het restaurant’ versus ‘Daar is het restaurant. We staan vlakbij.’ Of: ‘De taart staat achter in de koelkast’ versus ‘Zet je de taart even in de koelkast? Zet hem maar achterin.’

Door: Yvonne Horsselenberg
Yvonne is freelance
tekstschrijver en bedrijfsblogger. Ze schrijft teksten voor websites en nieuwsbrieven, artikelen voor vakbladen en online nieuwssites, en nog veel meer. 



Wil je op de hoogte blijven van al het nieuws voor freelancers? En wil je de nieuwste opdrachten ontvangen binnen je vakgebied? Meld je dan nu gratis aan!  

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze blog.

Experts

blogger1

Yvonne Horsselenberg

Yvonne is freelance tekstschrijver en bedrijfsblogger. Ze schrijft teksten voor websites, vakbladen en nieuwssites. 

blogger1

Dani van Herk

Dani is een freelance video editor, sound design en schrijver. Zij is gek op het vertellen van verhalen en heeft hier dan ook haar beroep van gemaakt.

Download de gratis Freelancer applicatie

Available on the App Store
Available on Google Play